vrijdag 10 augustus 2012

Kamperen 3

Natuurlijk is kamperen een mooi-weerbezigheid bij uitstek. 's Morgens je bed uitkomen en in de zon of onder een boom samen ontbijten met bij de plaatselijke bakker of kampwinkel gehaalde verse broodjes en croissants. Daarna onderuit in de stoel of ligbed aan het zwembad of strand. De kinderen zie je de hele dag niet want die vermaken zich met zwemmen en komen slechts voor ijsjes of drinken.

Helaas heb ik in de 40 jaar dat ik kampeer alle weersextremen mee mogen maken. Hitte. Natuurlijk. Maar ook storm en rukwinden zodanig dat iemand aan de stokken moest hangen om het wegvliegen van de tent te voorkomen. En in Zwitserland een rustig kabbelend beekje dat gebruikt werd om blikjes bier en flessen wijn koel te houden zien veranderen in een woeste stroom die de bewuste blikjes in no-time meevoerde naar hoger sferen.

Ook hagelbuien met hagelstenen zo groot als eieren en onweersbuien zo knetterhard dat we on de auto onze toevlucht zochten.

Dit is allemaal niet zo erg. Het hoort erbij. Waar ik een echte pesthekel aan heb is regen op de camping. Niet een buitje of een dagje wat minder weer. Nee, van die dagen dat de lucht een grijze massa wolken is, de temperatuur niet uitkomt boven de 15 graden en dat alles en iedereen verregent. In 1980 was ik met mijn ouders in Karinthie, Oostenrijk. En dat was zo'n vakantie. Drie weken motregen, druilregen, slagregen, en als het niet regende en je uit de tent kwam was alles nat, klam en klef. In het grondzeil van mijn bijzettentje zat een miniscuul gaatje. Groot genoeg om mijn luchtbed te laten drijven op het binnenstromende water. De boel is niet meer echt droog geworden. We liepen de hele dag in rubber laarzen en regenjas. Elk uitstapje verregende. En ondanks het feit dat we het in de voortent best gezellig hadden met acht personen opeengepakt mede dankzij de goedkoe Oostenrijkse wijn uit de kampwinkel en het toen nog maatschappelijk aanvaarde rookgedrag zodat de lucht in die tent om te snijden was. Gezellig, maar na de kater regende het nog steeds. We groeven geulen om het water af te voeren en we leefden toe naar de uitzendingen van de Wereldomroep om naar Pelleboer te luisteren. Maar die constateerde ook elke keer: "Het is en blijft huilen met de pet op."

Deze vakantie deed mij toen op 17jarige leeftijd besluiten om nooit meer naar Oostenrijk te gaan om te kamperen. En daar hou ik me nog steeds aan. 1980. Mijn ouders hadden een Alpenkreuzer en een Morris Marina. Het was mijn laatste buitenlandse vakantie met mijn ouders. En naast het fiasco van de totaal verregende vakantie eindigde deze ook in een debacle: op de terugreis kregen we een auto-ongeluk waarbij auto en aanhanger total-loss raakten. Gelukkig geen persoonlijk letsel. Over deze ramp en andere kleinere rampen een volgende keer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Rijen…

 … Bij de Bulgaarse grens 2 uren in de rij, bij de Servische grens twee uren en bij de Hongaarse grens 4,5 uur. Orban wil geen vreemdelingen...